Monitoring CmK 2013-2016

Wat hebben vier jaar Cultuureducatie met Kwaliteit het basisonderwijs gebracht? Het Fonds voor Cultuurparticipatie doet hier in 2017 landelijk onderzoek naar. Cultuureducatie boven C-niveau, de voorganger van Cultuurkwadraat, is eind maart begonnen met een Zeeuws onderzoek naar de effecten van de regeling in het algemeen en van De Cultuur Loper in het bijzonder. De opbrengsten van de monitoring zet Cultuurkwadraat in bij de uitvoering van het projectplan CmK in de komende vier jaar. 

 
Het onderzoek is verricht door ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland*. Het aantal deelnemers aan het onderzoek was laag waardoor de onderzoekers geen algemene uitspraken kunnen doen over de stand van zaken van het cultuuronderwijs. De bevindingen van de respondenten – 52 van de 213 scholen, 26 van de 83 aanbieders en 8 van de 13 gemeenten – zijn hier te lezen. 
 
*) ZB was penvoerder van de regeling 2013-2016 die in Zeeland werd uitgevoerd door Cultuureducatie boven C-niveau, de voorganger van Cultuurkwadraat.

 

Vergelijking DCL- en niet-DCL-scholen

Kunstbalie heeft in 2015 onderzoek laten doen naar de verschillen tussen scholen die wel en niet deelnemen aan De Cultuur Loper (DCL).

Er blijken inderdaad verschillen tussen beide groepen scholen. Zo zijn niet deelnemende scholen gemiddeld meer gericht op algemene samenwerking met de culturele omgeving. DCL-scholen werken gemiddeld meer vanuit de eigen visie op en ambities voor cultuureducatie, van waaruit de samenwerking met de culturele omgeving gestalte moet krijgen. Bovendien zijn ze meer gericht op deskundigheidsbevordering en het structureel volgen van leerlingen. Dit zijn precies zaken waaraan binnen De Cultuur Loper veel aandacht wordt besteed. De cijfers onderschrijven het beleidsvoornemen van de provincie Noord-Brabant om De Cultuur Loper breder uit te gaan rollen. In de brochure Cultuureducatie in Noord-Brabant zijn de belangrijkste bevindingen samengevat.